Sneak preview: R.I.P.

Het moment dat ik wakker word, verlang ik direct weer naar het moment dat ik terug naar bed kan. En als ik ’s avonds eindelijk weer in bed stap, hoop ik dat er geen nieuwe morgen komt.
De duisternis is fijn. Het wegzakken in een droom, zelfs al is het een nachtmerrie, laat mij ontsnappen uit de realiteit, even weg van deze waanzinnige, ellendige wereld.
De nachten zijn eenzaam, donker en stil, maar dat is precies waar ik zo’n behoefte aan heb. De late uren zijn de momenten waarop niemand mij belt, mailt, appt, aanspreekt of op welke manier dan ook contact met me maakt en er geen social media is. Het zijn de uren waarin ik tot rust kom en het opgejaagde gevoel waar ik zo mee worstel voor even verdwijnt.De nacht is een soort excuus om niet bereikbaar te hoeven zijn, waar je overdag geacht wordt altijd aan te staan, direct te reageren op je omgeving. Maar de nacht is er voor slaap, voor bezinning en voor reflectie. Ook voor goede voornemens, elke nacht een nieuwe 31 december, want morgen op 1 januari ga je het allemaal anders doen, morgen is alles beter.

Tot de morgen daar weer is en je verzandt in de verwachtingen die anderen van je hebben en waar je ook die nieuwe dag weer aan gaat proberen te voldoen. Waar je in een keurslijf belandt waar je niet om gevraagd hebt en waar je poogt het beter te gaan doen, het tij te keren en die tegenwerkende krachten wilt trotseren. Tot frustratie en teleurstelling van vooral jezelf. Op weg naar de avond, op weg naar het moment dat je weer naar bed kunt.
Ik probeer elke avond in slaap te vallen met iets moois, een fijne gedachte of een gekoesterde wens. Zodat ik hopelijk over mooie dingen droom. Over hoe het leven was of zou kunnen zijn, hoe ik het zou willen ervaren.
Dat sturen van je dromen, heet lucide dromen. Je er bewust van zijn dat je droomt. Het moment dat je in een droom zit en plots beseft dat het een droom is, maar je wel in die droom blijft, is magisch. Ik heb een vaak terugkerende droom waarin ik kan vliegen. Waarschijnlijk hebben de meeste mensen dit, ook als je vraagt wat ze graag zouden kunnen, het maakt niet uit wat. Dan krijg je meestal de antwoorden “ik wil kunnen vliegen” of “ik zou onzichtbaar willen zijn”. Maar in mijn dromen vlieg ik, niet als vogel, of als raar half-mens met vleugels, maar gewoon in mijn normale fysieke hoedanigheid.

Ik loop door de straten van een grote stad, het lijkt vaak op een Amerikaanse stad, zoals New York, met van die brandtrappen aan de gevels, stoom uit de putten, natte straten en veel auto’s en getoeter, afgewisseld met lichtflitsen door de neonreclames en flikkerende reclameborden. En dan opeens verdwijnt de grond onder me, ik stijg op, ik zweef door de lucht en zie de mensen van boven. Soms kom ik zo hoog dat ik er kriebels van in mijn buik krijg, ik vlieg boven de daken uit, vlieg door de wolken, maar blijf altijd de grond zien, de stad onder mij, donker en druk.
Lucide dromers worden ook wel ‘droomreizigers’ genoemd. Ik heb ergens eens gelezen dat alle mensen, alle gezichten die in je dromen voorkomen, mensen zijn die je bewust of onbewust in je leven bent tegengekomen, of hebt gezien. Je brein verzint dus geen personages, maar ze zijn allemaal echt. Fascinerend vind ik dat.
Ik vraag me dan ook af of mensen in vroeger tijden anders droomden. Toen er geen tv was, de steden een stuk kleiner waren en er veel minder prikkels waren door social media. Een keuterboertje op het platteland zag alleen zijn eigen gezin, wat mensen op de markt en that’s it. Hij droomde een lokale soap, wij dromen wereldse musicals.
Ik hoop – en dat is misschien wat zweverig – dat ik door mijn wensen, mijn hoop en mijn dagdromen iets van die dromen kan visualiseren en werkelijkheid kan maken. Dat het beter wordt en dat ik het leven weer leuk ga vinden. Want dat is nu niet zo, terwijl ik in de basis het leven fantastisch vind. Er zijn zoveel fijne, mooie dingen te doen, te ervaren.

Ik hou van de natuur, van de rust en de ruimte. Kunst doet me wegdromen, goed eten en drinken laat me genieten, samenzijn met vrienden geeft me een gevoel van geborgenheid, van liefde. Gepassioneerd de liefde bedrijven, laat me wegzweven en brengt me in een roes die met niets te vergelijken valt. Ik omarm het leven, maar verafschuw het tegelijkertijd.

Ergens in de verte, in de diepte tussen droom en werkelijkheid, bewustzijn en onderbewustzijn, voel ik de zachte aanraking van iemand die me zachtjes over mijn wang aait. Een fluistering klinkt, een subtiele aanraking die een lok van mijn gezicht lijkt weg te vegen. De zware schemer waaruit ik wil opklimmen naar het nu, maar die me steeds lijkt terug te trekken, werkt als een benauwende, onzichtbare hand die me optilt en met kracht weer terugwerpt op het matras waarin ik word verzwolgen. Het gevoel van de aanrakingen ebt weg en ik word weer ondergedompeld in vage dromen. Alice in Wonderland-achtige taferelen worden afgewisseld met bizarre achtervolgingsscènes die me met een zucht wakker doen schrikken om direct daarna weer op te gaan in een volgende droom. Het lijken wel hallucinaties, een droom in een droom met een spiegel tegenover een spiegel waardoor ik tot in het oneindige spiegels zie en mijn evenbeeld steeds meer een schim van mezelf wordt.

***

Hartkloppingen

Ik word wakker met het gevoel dat ik lijk flauw te vallen. Mijn hart raast als een bezetene door mijn borstkas, mijn ademhaling is onregelmatig en mijn handen en voeten zijn klam terwijl de rest van mijn lichaam ijzig koud aanvoelt.
Het lijkt op een hartaanval, al heb ik nooit een hartaanval gehad, maar dit zijn volgens mij toch echt de symptomen van een hartaanval.De wekkerradio geeft aan dat het 1:23 uur is. Ik lig nog maar net twee uur in bed. Diep inademen, lang uitademen, maar dan voel ik weer mijn hart overslaan.
Het zweet breekt me uit. Ik leg mijn hand op mijn borstkas en probeer mijn hartslag te voelen. Een steek, een snijdende pijn door mijn borst, o god nee…

Moet ik iemand bellen? Of gaat het vanzelf weg? Ik verleg mijn hand naar mijn pols, probeer de slagen te tellen, maar ik ben te warrig om op mijn horloge te kijken, een minuut aan te houden en tegelijkertijd te tellen.
Ik durf bijna niet te bewegen, bang om iets te triggeren. Mijn ademhaling lijkt beter te gaan nu, al moet ik nog steeds af en toe een diepe teug lucht nemen om niet buiten adem te raken. Op mijn middenrif drukt het, alsof er iets enorm zwaars op me ligt. Bij een hartaanval, of een infarct heb je toch last van je linkerschouder en -arm? Heb ik last van mijn arm? Ik weet het niet.
Langzaam til ik mijn linkerarm op. Geen last. Dan mijn rechter. Het voelt volgens mij hetzelfde. Weer een pijnscheut door mijn borst.

Laat ik eerst even rechtop in bed gaan zitten, misschien dat dan ook het benauwende gevoel weggaat. Ik neem een slokje van het water dat standaard op mijn nachtkastje staat. Gelijk ben ik weer buiten adem. Focus op je ademhaling, maan ik mezelf tot rust. Langzaam in door de neus, langzaam uit door de mond. Het lijkt te werken, ik word iets minder licht in mijn hoofd. Zou het helpen als ik mijn zinnen verzet en aan wat anders denk, niet de focus op mijn ademhaling en borst leg? Voorzichtig draai ik mijn benen uit bed en sta ik op. Even duizelt het me, maar al snel voel ik me goed genoeg om te lopen. Nog steeds voel ik elke hartslag in mijn lijf.

In de huiskamer zet ik de radio aan. Geen muziek, er lijkt een discussie gaande, maar wat ze precies zeggen ontgaat me volkomen, ik kan me niet concentreren. Nog teveel focus ik op mijn ademhaling, die onrustig blijft.
Van de huiskamer loop ik terug naar de slaapkamer, en weer terug. Dit blijf ik herhalen, zeker een halfuur, voordat ik weer terug in bed durf te stappen. Op een gegeven moment dwalen mijn gedachten af naar Lotte. En dan herinner ik me dat zij dit op de middelbare school ook regelmatig had. Ogenschijnlijk uit het niets. Dan begon ze heel erg te zweten, te huilen en te hyperventileren. Ze zei na de eerste keer dat dit gebeurde dat ze dacht dat ze doodging. Maar letterlijk, en oprecht; ze dacht echt dat ze doodging. Dat had ik net ook. Een onbestemd gevoel in je hoofd, met die lichamelijke uiting van een verhoogde hartslag, het overslaan van je hart en het zweet dat je letterlijk uitbreekt. Een moment waarop je denkt dat je zult wegvallen in een eindeloze diepte. De huisarts zei bij Lotte dat het paniekaanvallen waren. Dat ze lichamelijk niets mankeerde. Zou dit er ook een zijn? Een paniekaanval? Maar waar raakte ik dan van in paniek, ik lag te slapen…
Misschien dat lezen helpt. Een tijd terug was ik begonnen in het boek van Carlos Ruiz Zafón, het boek dat hij schrijf vlak voor zijn overlijden, maar ik ben er de laatste tijd niet aan toegekomen verder te lezen. Terwijl ik heel graag lees en me er ook echt in kan verliezen.

Op het moment dat de woorden en de zinnen me beginnen te dolen en ik niet meer weet wat ik als laatste heb gelezen, is het tijd om het nachtlampje uit te knippen en weer een poging te doen om te gaan slapen. Niet aan mijn ademhaling proberen te denken, de angst dat het werkelijk een hartaanval is, weg te laten vloeien.
En mocht ik niet meer wakker worden, dan is het maar zo.

***

Er is sprake van een depressie als je 5 van de onderstaande depressie symptomen hebt. Deze symptomen moeten tenminste 2 weken aanwezig zijn. Van de eerste 2 symptomen moet er 1 aanwezig zijn.

Symptomen van depressie zijn:
• Je voelt je somber;
• Je beleeft geen plezier aan dingen waar je eerder wel plezier aan beleefde. Je hebt geen zin om iets te ondernemen;
• Je eet weinig of juist veel en valt daardoor af of komt juist aan;
• Je slaapt veel of juist weinig;
• Je bent rusteloos of juist niet in beweging te krijgen;
• Je bent moe en hebt geen energie;
• Je hebt concentratieproblemen en bent besluiteloos;
• Je voelt je schuldig of waardeloos;
• Je hebt zelfmoordgedachten of denkt vaak aan de dood.

Depressie en suïcide

Depressiviteit gaat vaak samen met andere klachten, zoals angst en problematisch alcoholgebruik. Ook komt de gedachte aan zelfmoord regelmatig voor bij mensen met een depressie. Het is dan ook een van de symptomen. Niet iedereen met een depressie is suïcidaal, en vice versa. Maar de gevoelens van wanhoop, machteloosheid en uitzichtloosheid die vaak gepaard gaan met de depressie kunnen ertoe leiden dat zelfmoord een oplossing lijkt.

Bron: 113.nl

Mijn score is skyhigh. Beter gezegd, ik ben de doodongelukkige eigenaar van alle symptomen, waarbij de eerste van de laatste twee ‘je hebt zelfmoordgedachten of denkt vaak aan de dood’ steeds meer prevaleert: ik heb zelfmoordgedachten.

En dat is nieuw voor me, want zo ver ben ik nooit geweest, en het gekke is, ik schrik er niet eens van. Ik aanvaard het en vrijwel direct pompt mijn brein vooral weer al die andere symptomen door mijn kop en mijn lijf, waarbij de schuldvraag welhaast de heftigste wordt.
Want áls ik zelfmoord pleeg, hoe moet het dan met mijn ouders? Lotte? Mijn broertjes en mijn zusje? Mijn vrienden. Ik zou ze zo’n verdriet doen.
En hoe kan ik er nou uitstappen, terwijl ik helemaal niets heb geregeld? Niet qua testament, al valt er niets te verdelen behalve schulden. En de rechten van mijn boeken, misschien dat die nog een grijpstuiver waard zijn.
Nergens heb ik ook vastgelegd hoe ik mijn uitvaart geregeld wil hebben. Ik heb zelfs mijn uitvaartpolis opgezegd om geld te besparen. Dus ze draaien nog op voor de kosten ook.
Tegen Lotte heb ik wel gezegd dat ik geen kist wil, maar zo’n kartonnen ding. Het moet gewoon zo goedkoop mogelijk. Niet vanuit zuinigheid, of gierigheid, maar simpelweg omdat ik het geld niet heb voor dure zaken, maar bovenal omdat ik het complete bullshit vind om mijn dode lijf in een dure kist te leggen.

Ik heb de laatste maanden van iedereen die me lief is afstand genomen. Mijn wereldje beperkt tot Lotte en wat vrienden. Uit een soort zelfbescherming. Omdat het onwijs vermoeiend is om continu te moeten faken dat het goed gaat. Om te moeten doen alsof ik blij ben en geniet van mijn leven. Want dat doe ik niet.
‘Heb je je nooit afgevraagd waarom ik zo destructief ben met drank en drugs? Bewust gevaar opzoek? Of waar mijn humeurige buien, zoals jij ze noemt, vandaan komen?’ heb ik eens aan een vriend gevraagd.
‘Niet echt nee.’
‘Daarom kan ik zelfs bij jou niet terecht met dit. En dat is geen verwijt, maar gewoon een simpele constatering. Hoe zou je reageren als ik op een avond echt heel diep zou zitten en zou zeggen dat ik mezelf van kant wil maken? En voor je daarop reageert, denk eerst even na. Ga na wat je écht zou doen, of denken op zo’n moment.’
Hij ging achterover zitten, met zijn hoofd tegen de muur. ‘Eerlijk gezegd,’ zei hij, ‘denk ik dat ik je een aansteller had gevonden. Die aandacht wil. Niet op een rottige manier bedoeld, maar eerder als een dreinende puber die zijn zin niet krijgt.’
‘Precies. Dat is waar veel mensen met een depressie tegenaan lopen. Of met suïcidale gedachten. Die krijgen de tip om te gaan wandelen. Rond te kijken hoe mooi alles is. Ze moeten zich eigenlijk niet zo aanstellen. Dat is de tendens. En dat is zo verrekte moeilijk. Het is heel eenzaam. Ondanks dat je heel veel mensen om je heen kan hebben. Daarom wilde ik even geen contact met vrienden. Geen koffiedates. Reageer ik niet op appjes. Heb ik al mijn social media-accounts verwijderd of ben ik er afwezig geweest of was ik er juist heel wild om me heen aan het slaan.
Maar het niet bereikbaar kunnen zijn, het besef dat niemand weet waar je bent, alsof je zonder bereik in de Australische outback rondrijdt, dat geeft zo’n veilig gevoel. Het is er nog steeds, ik weet ook niet of het ooit weg zal gaan. Voor nu ben ik blij dat ik nog leef. Dat gevoel is sterker dan de doodswens. Maar vraag je me of ik het erg vind als ik nu zou sterven, dood zou zijn, dan is mijn antwoord nee. Het lijkt rustig en bevrijdend.’

(klik op de cover om het boek direct te bestellen)