Selfpubber. Don’t act like a pro, be a pro!

Nu de site wordt opgetuigd, de lijstjes zijn gemaakt en er een soort orde in de chaos is geschapen, is het tijd voor een redactieslag. Er moet iemand door het manuscript razen om de verhaallijn na te lopen en er moet een taalnazi gevonden worden om alle verkeerd staande komma’s en d/dt fouten eruit te slopen. In mijn vorige blogs sprak ik o.a. de wijze woorden Don’t act like a pro, be a pro! en dat geldt ook (of juíst) voor het verzamelen van de mensen om je heen. Dus ik ga op zoek naar echte pro’s binnen hun vakgebied.

Redactie
Nu is mijn geluk bij het zoeken naar de juiste personen dat ik al een decennium in Neêrlands medialandschap werkzaam ben. De geschreven media welteverstaan, dus piece of cake om iemand te vinden toch? Spoiler: ja en nee. Want er speelt hier namelijk nog een dingetje mee. Geld. Mijn manuscript is ruim 300 pagina’s dik. Om dat te redigeren ben je wel effe bezig. En pro’s die wel effe bezig zijn, hoor je ook naar behoren te betalen. Logisch. Enfin, lang verhaal kort: ik heb een mooie deal gesloten met mijn eigenste Wordpimp: @Woordlab. En niet alleen Jo gaat aan de slag. Ook Lize, neuropsycholoog en klinisch neurowetenschapper, met naast haar officiële titels ook de titel van taalnazi, gaat met de rode pen aan de gang. Van het redigeren van wetenschappelijke artikelen, naar het redigeren van een bestseller thriller: ik zou het op mijn CV zetten.

Proeflezers
De een zweert erbij, de ander vindt het klinkklare onzin. Ik zweef een beetje in het midden. Ik snap de toegevoegde waarde van de kritieken die een proeflezer kan geven. Iemand die het manuscript zeg maar zonder enige kennis of verwachting leest. Anderzijds, zoveel mensen zoveel meningen en met te veel meningen loop je de kans dat je niet meer weet wat nu echt nuttige kritiek is. Maar wat eigenlijk het lekkerst is aan de kritieken van proeflezers, zijn de kritieken zonder kritiek. Die waarbij je enkel een veer in den derrière krijgt. Zoals bij die van Natalie:

“Erg goed bedacht. Een vasthoudend verhaal met een totaal onvoorspelbaar einde. Een boek dat goed in elkaar zit, goed te lezen is en heel prettig leest. De scenes soms zijn heftig, maar goed beschreven zodat het lijkt alsof je erbij bent! Spannend! Well done!”

Cover
Even los van hoe de opmaak gaat worden en wie deze klus voor zijn of haar rekening gaat nemen, is de vraag: wat moet er op de cover? Daar was ik eigenlijk vrij snel uit. Carla, een van de hoofdpersonages uit het boek, is een knappe, wat mysterieuze vrouw. Een vrouw die gruwelijke dingen heeft meegemaakt. Dus moet er een vrouw op de cover. Een mooie. Met een mysterieuze blik, getergd. De tweede reden dat er een vrouw op de cover moet is simpel. Ik hou van vrouwen. En ook hier heb ik weer geluk. Mijn goede vriendin Ilse is fotograaf. En niet zomaar een. Ze is goed. En knap. Mysterieus dan weer niet, want ik ken haar beter dan ze zichzelf kent. Echter, ik had haar niet in mijn hoofd om covergirl te worden. Tot de dag ze bij mij thuis was om mijn auteursfoto te schieten en ik haar vertelde welk beeld ik ongeveer op de cover wilde hebben. En heel toevallig was Ilse die week bezig geweest met wat lichttestjes, waarbij ze zichzelf had gefotografeerd. Bij het zien van een van die foto’s was ik om. Dit moest ‘m worden. En het werd ‘m.

En wat nu?
De vraag die nog steeds consequent aanwezig is: Wat nu? Welnu, aan de site wordt gebouwd, het manuscript wordt geredigeerd, de coverfoto is gevonden, laten we zeggen dat het manuscript een boek in wording is en dat het wereldkundig maken van mezelf als versbakken uitgever niet lang meer op zich laat wachten. Dus is de volgende stap om al dat virtuele om te zetten in een heus boek van papier en inkt. En hoe ga ik dat doen…? Moet ik een drukker benaderen? En hoe zit dat met de grafisch vormgever, of een opmaker? O wacht, ik heb dat magazine nog met al die selfpub-bedrijven, Brave New Books, Pumbo…
Je begrijpt, de volgende stap is het zoeken van een partij waar ik mijn boek in wording kan laten drukken (en dus uitgeven).

Had ik eigenlijk al gezegd dat ondanks alles je eigen boek uitgeven onwijs tof is? Nee hè? Aldus. Tot de volgende blog! (o enne… Eeuwig Donker is al te reserveren!)